Voor een toespraak in Paradiso tijdens ik weet niet meer welke gelegenheid bedacht ik het verhaal over de eerste mens die naar de camera zwaaide. Hoofdpersoon was de fictieve Arthur Dauphin die reeds in 1896 begreep dat er achter die lens een publiek verscholen ging. Enige tijd na die toespraak, in 1996, bestond de cinema 100 jaar. Een aantal destijds jonge filmmakers werd gevraagd daarop een filmische reflectie te maken. Ik schreef het verhaal om tot scenario voor de korte film DE TIJDREIZIGER. Een fake documentaire over twee Franse filmwetenschappers die in een archief in Lille verloren gewaande opnames van ‘Les enthousiastes Cinematographique Lilliois’ terugvonden.

De documentaire elementen in de film werden doorsneden met historische opnames waarin Dauphin – vertolkt door de grote acteur Ralph Wingens – zelf altijd de hoofdrol speelde als onder andere Erik de Rode en, uiteraard, Napoleon Bonaparte. Om de opnames een authentiek karakter te geven behandelde Ruud Molleman de film met chemicaliën, liet ze een week in de prullenbak liggen en filmde ze opnieuw vanuit de projector waarop hij een wapperend papiertje had geplakt. After-effects uit een tijd dat de software daarvoor nog niet bestond. Het resultaat was overtuigend.
(Dauphin als Napoleon in strijd met Attila de Hun.)
De film werd op zoiets als 100 festivals vertoond. Onder andere op het Toronto Filmfestival. Ik werd uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn, met als bonus een ‘directors diner’ met onder andere Jean Luc Godard en Gena Rowlands. In diezelfde week ging mijn low-budget multimedia spektakel De Elektrische Sombrero in première in Rotterdam. Jean Luc en Gena heb ik dus nooit nader leren kennen, want ik koos – moreel correct, maar carrière technisch onverstandig – ervoor in Rotterdam te blijven. Op het festival in Toronto werd de film aangekocht door het Sundance Channel en bereikte zo een Amerikaans publiek.
Hoewel het fake element voor een ieder zichtbaar had moeten zijn ontdekte ik weer een paar jaar later dat de film was opgenomen in het curriculum van een opleiding Filmwetenschap aan de universiteit van Florida. Toen ik de professor die dit curriculum had samengesteld daarover schreef verklaarde hij van de fake op de hoogte te zijn, complimenteerde mij met het overtuigende resultaat en zei dat hij de film juist daarom aan zijn studenten liet zien. Om te kijken of ze erin zouden trappen. Dat dit het geval was bleek weer een paar jaar later toen er in Brazilië een dissertatie verscheen over de beginjaren van de cinema waarin Arthur Dauphin keurig naast Méliès en andere filmpioniers werd genoemd. Onlangs kwam mij ter ore dat ook Peter Verstraten in het in 2008 verschenen ‘Kernthema’s in de Filmwetenschap’ Dauphin noemt, en gek genoeg een beetje slordig citeert.
“Toen de filmpionier Arthur Dauphin een opname van een klok had gemaakt, schreef hij aan Georges Méliès: ‘Ik keek letterlijk naar het verleden. Om het anders te zeggen: ik had een deel van de tijd bevrijd van zijn schijnbaar zinloze passeren en de mogelijkheid geschapen om het over honderd of duizend jaar opnieuw te beleven.’
(Still uit de film ‘Cinq Minutes’ van Arthur Dauphin.)
In de film speculeert Dauphin, nadat hij opnames van zichzelf terugziet, dat ook hij aan de tijd ontsnapt is, en in zekere zin onsterfelijkheid heeft verworven. Met dank aan een handvol filmwetenschappers is die speculatie werkelijkheid geworden.

(De eerste man die naar de camera zwaaide.)
Dat Dauphin ongeveer 10 jaar later ook een rol speelt in de film Winterland, waar hij als ‘embedded’ filmmaker deel is van de Rosenthal/O’Leary expeditie naar de planeet Proxima Terra is aan de aandacht van de filmwetenschap ontsnapt.

(Marcel Faber, Ralph Wingens (als Arthur Dauphin), Tom Jansen en Lotte Proot in Winterland.)
Een verwijzing naar die expeditie is op haar beurt weer verstopt in Afscheid van de Maan, waar hoofdpersoon Duch een fictief stripboek leest met de titel ‘Strijd om Proxima Terra’, een ‘Dan Cooper avontuur’, genoemd naar de legendarische boef die in 1971 de passagiers van een lijnvliegtuig beroofde, met een parachute het vliegtuig verliet, waarna er nooit meer iets van hem werd vernomen. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

(Dana Zelcer als Esther en Ward Jansen als Duch in Afscheid van de Maan)


